BLOG 2: SUFFRIDUS SIXTINUS: gehaat en ongrijpbaar voor boekenminnende Europese elite?

FRIESE RECHTENSTUDENT IN AMSTERDAM

Deze blog begint in Franeker. Daar was in 1585 een universiteit opgericht 1 , de tweede in de Noordelijke Nederlanden naast die van Leiden. In dit kleine provinciestadje in Friesland was ergens voor 1600 Sjoerd Sytzes geboren. Op 1 mei 1615 laat hij zich inschrijven als student in de rechten. 2 Over zijn jeugd weten we verder niets; deze vaagheid rond zijn persoon wordt een leitmotief in zijn turbulente leven, ook is hij beschreven als een ongrijpbare figuur.3

 

Universiteit van Franeker

Kort na 1615 duikt hij op in het culturele leven in Amsterdam, met name in de kring rond Samuel Coster en Gerbrandt Adriaensz. Bredero, die in 1617 bezig waren om de Eerste Nederduytsche Academie op te richten.

Een belangrijke taak van deze voorloper van de universiteit van Amsterdam was het propageren van het toneel in een eigen schouwburg. Onze Sjoerd Sytzes, die inmiddels zijn Friese naam voor de veel interessanter Latijnse naam Suffridus Sixtus (op dit titelblad is het nog S. S.) had ingeruild, schrijft voor de opening van deze schouwburg het stuk Apollo over De inwyinghe vande Neerlandtsche Academia.

Titelpagina 1617 S. S. Apollo over De inwydinghe vande Neerlandtsche Academie

In dit stuk biedt Apollo en zijn muzen de stad Amsterdam aan om te helpen de kunsten op te bouwen, omdat ze zo vriendelijk zijn onthaald.

Overigens was dit stuk niet de eerste keus. Dat was ‘Der musen welkom’ van Bredero, maar dat stuk bevatte voor de bestuurders van de stad pijnlijke verwijzingen naar de politieke en religieuze actualiteit in 1617 en werd als minder geschikt gezien voor deze feestelijke opening.

Opvoering van het eerste verjaardagsspel van de Nederduytsche Academie, Ghezelschap der goden vergaert op de ghewenste bruyloft van Apollo, met de eenighe en eerste Nederduytsche Academie, Amsterdam, N. Biestkens, 1618

Een tweede blijk van aanwezigheid van Sixtinus in Amsterdam is een lofdicht dat hij schreef voor Bredero’s Spaanschen Brabander.

Toe-gift van vieren.- 4

Het vverck spreect

Is yemant die de geest van PLAUTUS noch begeert 5

In BREDERO te sien, die coop’ my, ‘k sal hem wesen

Ten goede dienstich, niet tot achterdeel. Vereert  6

 My met u oordeel naar u vlijtich overlesen. 7

                     S.S. SS. LL.Stud.- 8

                     Ovid.lib.4.trist.eleg.2.— 9 

                     PARS REFERET QUAMVIS NOVERIT ILLA PARUM. 10

Ook het erop volgende Sonnet (ondertekent met de lijfspreuk Eerlijck en Leerlijck) lijkt van zijn hand. 11

Album amicorum van David Mostaert met inscriptie van Suffridus Sixtinus

Al in het midden van 1618 heeft hij Amsterdam verlaten en is naar Heidelberg vertrokken om daar te gaan studeren12.

Inscriptie in album David Mostaert van de hand van Suffridus Sixtinus
BOEKENROOF IN HEIDELBERG

In 1619 in Heidelberg noemt hij zich ‘Amstelodamensis’, ofwel Amsterdammer.

Op 9 april 1619 schrijft hij zich in aan de universiteit van Heidelberg en verblijft vervolgens tot 1625 in deze plaats.

Heidelberg was in die jaren het centrum van Calvinistische geleerdheid, terwijl de rest van de Duitse landen Luthers was. Hier was de vermaarde Bibliotheca Palatina gevestigd, in die tijd de moeder van alle bibliotheken.13 Ze bevatte de fraaiste handschriften die er in Europa te vinden waren, waaronder het zeer oude (9e of 10e eeuwse) Caesar-handschrift met de tekst van Caesar’s ‘De bello gallico’. In de 30-jarige oorlog, die losbarstte, gaf de paus de opdracht de boekenschat naar Rome (Vaticaan) over te brengen om deze in veiligheid te brengen. Een ongelofelijke logistieke operatie: vanaf februari 1623 deed een stoet van een kleine 200 muilezels met kisten vol boeken er een jaar over om deze bibliotheek over de Alpenpassen naar de Vaticaanse bibliotheek te vervoeren.

Portret van Janus Gruterus

Janus Gruterus was een Nederlandse geleerde, beroemd in heel Europa. Na een leerstoel in Leiden te hebben gehad, werd hij in 1592 benoemd als professor voor geschiedenis in Heidelberg, en later daarnaast ook bibliothecaris van de Palatina. Zelf had hij een belangrijke particuliere bibliotheek van kostbare handschriften (waaronder ons Caesar-handschrift). In 1621 moest Gruterus het bedreigde Heidelberg verlaten, waarbij hij zijn bibliotheek onder de hoede van een medewerker van hem achterliet met de opdracht: breng de boeken naar de Palatina als er plundering dreigt. Deze knecht had echter geen lijst van deze verzameling gemaakt. Nu komt onze Suffridus in beeld en ik citeer het artikel: ‘Deze toeleg [om de boeken aan de pauselijke legaat over te dragen] werd verijdeld door het optreden van een Amsterdammer, Suffridus Sixtinus genaamd. […] een bekende van Gruterus, die hem met een financiële opdracht had belast, maar niet geheel vertrouwde. De Amsterdammer drong het huis binnen, forceerde de sloten […] en nam alle boeken en handschriften die van zijn gading waren mee. […] Suffridus Sixtinus hield de boeken voor zichzelf! Deze schanddaad kwam [..] Janus Gruterus ter ore. Hij schreef op 23 maart 1623 […] dat Suffridus zich reeds eerder aan de boeken van Prof. Burchard had vergrepen. ‘Dezelfde man […] heeft nu mijn bibliotheek aangerand’. […] in een brief van 3 mei ‘Iedere dag verneem ik over Suffridus de vreselijkste dingen. Men zegt dat hij mijn bibliotheek ontmaagd heeft om aan zijn eigen lusten te voldoen.’14

Vervolgens drongen er plunderende soldaten binnen, die boeken uit het raam wierpen.

Gruterus nam een berustende houding aan en zou zijn dierbare boeken en handschriften niet meer terugzien; Ontgoocheld overleed hij in 1627.

Bij navraag over de boekenverzameling van Gruterus onder andere door Hugo de Groot bleek dat Suffridus niet van plan was iets terug te geven. ‘Blijkbaar had de Amsterdammer de kostbare stukken in handen’.15 Sterker nog: de schoonzoon van Gruterus verkocht na diens dood resten van de bibliotheek die hij wél had geërfd aan een koopman uit Frankfurt. Later bleek dat deze handelde in opdracht van …Suffridus Sixtinus!! Je moet maar het lef hebben.

En het Caesar-handschrift? Suffridus nam het handschrift mee naar Amsterdam en bewaarde het uiterst zorgvuldig. Hij had ‘een hoogst eigenaardige rol gespeeld in de plundering van Heidelbergse professorenbibliotheken.16

TERUG IN AMSTERDAM: VAN DE PRINS GEEN KWAAD

Bij terugkeer in Amsterdam noemt hij zich ‘doctor utriusque juris’, dus doctor in beide (wereldlijk en geestelijk) recht.

Hij publiceerde een tragedie Geraert van Velsen lyende (1628).

Titelblad van 1628 SUFFRIDUS SIXTINUS Geeraert van Velsen lyende

Een aantekening in de confessieboeken van het archief van de gemeente Amsterdam toont zijn naam in 163817 

Boven: De pijl geeft de plaats aan van de naam Suffridus Sixtinus Onder: Vergrote weergave van de naam SUFFRIDUS SIXTINUS in confessieboeken 26 november 1638

De aantekening in het confessieboek met de naam van Suffridus Sixtinus

Geleerden die de zeldzame boeken graag wilden bekijken, werden wel uitgenodigd bij Sixtinus, maar nooit werden ze tot de kostbare verzameling toegelaten.

Onder meer Heinsius en Vossius lieten de ergernis hierover duidelijk blijken. De laatste schreef:

‘Aan zijn woorden hecht ik niet de minste waarde. Waarlijk, het zou voor de geleerden een feestdag zijn als deze man aan zijn eind kwam, dan zouden de voortreffelijke geschriften, die hij nu begraven houdt, herleven. Maar natuurlijk heeft hij een lang leven, wat hij overigens met veel waanzinnigen gemeen heeft.’ 18

Op 16 januari 1649 overleed ‘de hoochgeleerde Suffridus Sixtinus, der beyden rechten doctor’ en hij werd begraven in de Oude Kerk.

Mei 1650 werd de gedrukte catalogus van de ‘Bibliotheca Sixtiniana’ rondgestuurd. De veiling werd een grote gebeurtenis in de boekenwereld […] er werden enorme prijzen betaald. 19

HET WERK VAN SUFFRIDUS SIXTINUS

Voor zover nu bekend zijn er twee werken die we in verband brengen met SUFFRIDUS SIXTINUS. Dat zijn kortgezegd 1617 S.S. Apollo en 1628 SUFFRIDUS SIXTINUS Geeraert van Velsen lyende. Op het eerste werk vinden we de initialen S.S. als aanduiding van de schrijver in de titel van 1617 S.S. Apollo over De inwydinghe vande Neerlandtsche Academie.  In de aanhef van het stuk staat de auteursnaam voluit:Suffridi Sixti.

Aanhef van 1617 S. S. Apollo

APOLLO-THEMA

Het Apollo-thema is in die Nederduytsche Academiejaren door nog zeker twee andere dichters uitgewerkt:

  1. Allereerst schreef G.A. BREDERO in 1617 zijn ‘Der musen welkom’.
  2. Vervolgens was het SUFFRIDUS SIXTINUS met zijn ‘Apollo over De inwydinghe vande Neerlandtsche Academia De Byekorf’.
  3. Tenslotte dichtte SAMUEL COSTER in 1617 ‘Ghezelschap der goden vergaert op de ghewenste bruyloft van Apollo’.

 

VERSCHILLEN tussen met name SIXTINUS en BREDERO: 20

Gezien de ontstaansdatum van deze tekst moet men concluderen dat het verzet tegen de Academie al begonnen was zodra de plannen bekend raakten.

Er is tussen de tekst van Sixtinus en die van Bredero dus meer verschil dan dat de een de negen muzen aanvult met Apollo en de ander met Pallas Athene.

Meer verschil ook dan tussen een middelmatig talent en een begaafd dichter, meer verschil zelfs dan tussen een overtuigd calvinist en een vrijzinnig man. Het belangrijkste verschil ligt in de tijd van ontstaan.

Sixtinus schreef zijn tekst in de zomer van 1617 toen de spanningen in de Republiek van dat tot dag toenamen.

‘Der Musen welkom’ zal dus al in het voorjaar van 1617 zijn ontstaan, niet later dan begin juni. 21

GEERAERT VAN VELSEN-THEMA

Titelblad van 1628 SUFFRIDUS SIXTINUS Geeraert van Velsen lyende

Ook een toneelstuk over de historische moord in 1296 op Floris V spreekt nog zo tot de verbeelding dat er zeker 3 versies in het begin der 17e eeuw zijn verschenen:
1. P.C. HOOFT: 1613 Geeraert van Velsen
2. J.J. COLEVELT: 1628 Het spel van Floris V en Geeraert van Velsen
3. SUFFRIDUS SIXTINUS: 1628 Geeraert van Velsen

  1. Zie Wikipedia bij het lemma Universiteit van Franeker.
  2. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meyer, Album studiosorum academiae Franekerensis I (Franeker 1968), p. 56.
  3. Zie H. de la Fontaine Verwey ‘De geschiedenis van het Amsterdamse Caesar-handschrift’ (1976), blz. 13.
  4. - van vieren: van vier versregels
  5. Plautus: Romeins blijspeldichter (254-184).
  6. achterdeel: nadeel.
  7. naar u vlijtich overlesen: nadat u me met aandacht hebt gelezen.
  8. - S.S. enz.: waarschijnlijk Suffridus Sixtinus litterarum studiosus.
  9. - Ovid.: Ovidius, Romeins dichter (48 v.C.- 17 n.C.). - lib.4.trist.eleg.2: boek 4 van de Tristia, elegia II.
  10. - Pars enz.: een groep mensen vertelt erover, hoewel ze er weinig van afweten 
  11. Een zeer sterke aanwijzing hiervoor is het feit dat in genoemd spel Apollo ook de woordcombinatieMet leerlijck, eerlijck en met eewich levend goet.’ voorkomt, waarbij ook de namen van de muzen Melpomene en Thalia worden genoemd net als in dit sonnet. Het devies ‘EERLIJCK EN LEERLIJCK’ lijkt dat van Suffridus Sixtus te zijn.
  12. Zie inscriptie in het album amicorum van David Mostaert, waarin Suffridus zichzelf ‘juris studens’ noemt, dus rechtenstudent en dat hij op het punt stond naar Duitsland te vertrekken.
  13. Zie Wikipedia onder het lemma Bibliotheca Palatina
  14. Zie H. de la Fontaine Verwey ‘De geschiedenis van het Amsterdamse Caesar-handschrift’ (1976), blz. 13.
  15. Zie H. de la Fontaine Verwey ‘De geschiedenis van het Amsterdamse Caesar-handschrift’ (1976), blz. 15.
  16. Zie H. de la Fontaine Verwey ‘De geschiedenis van het Amsterdamse Caesar-handschrift’ (1976), blz. 18.
  17. Zie Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Confessieboeken
    Deel: 303, Periode: 1534-1811, Amsterdam, archief 5061, inventaris­num­mer 303, 26 november 1638, Confessieboeken, folio p. 269.
  18. Brief (12 maart 1648) van Isaac Vossius aan Nicolaas Heinsius: Sylloge III, p. 577).
  19. Zie H. de la Fontaine Verwey ‘De geschiedenis van het Amsterdamse Caesar-handschrift’ (1976), p. 22.
  20. Zie Garmt Stuiveling 'Verspreid werk' (1968) p. 7 e.v.
  21. Ontleend aan Garmt Stuiveling 'Verspreid werk' (1968).

Plaats een reactie