BLOGSERIE inleiding: KLEURRIJKE STEMMEN IN TUMULTUEUZE TIJDEN

BLOG 1: REINIER TELLE: een vrije geest als wegbereider

BLOG 2: SUFFRIDUS SIXTINUS: gehaat en ongrijpbaar voor Europese boeken minnende elite?

BLOG 3: SAMUEL COSTER: kritisch geestelijk vader van Amsterdams cultuurcentrum

BLOG 4: JOOST VAN DEN VONDEL: vileine hekeldichter naast groots dramaturg

BLOG 5: JAN JANSZ. STARTER: rusteloos poëtisch avonturier

BLOG 6: MATTHEUS GANSNEB TENGNAGEL: scabreuze rellenkoning

In een serie van 6 blogs wil ik een beeld schetsen van de literaire werkelijkheid aan het begin van de zeventiende eeuw aan de hand van een paar mogelijk minder bekende schrijvers waarbij het woord controversieel ongetwijfeld de lading dekt. De keuze voor deze poëten met een rafelrandje is niet geheel toevallig. Het heeft te maken met het verschijnsel dat deze dichters leefden in een toch al gespannen tijdsgewricht door religie en politiek, waarbij het voor hun eigen veiligheid niet altijd verstandig was hun werk te ondertekenen met hun eigen naam. Daarmee weten we na ruim 400 jaar niet altijd zeker of deze auteurs ook daadwerkelijk de schepper zijn van een aan hen toegeschreven kunstwerk. De toegenomen kennis en middelen om dit na al die jaren onbevooroordeeld te kunnen vaststellen wil ik aanwenden om een stap verder te zetten in onze kennis van deze tumultueuze periode. Daar ligt de uitdaging: ik wil de auteurs de identiteit geven die ze verdienen. Verder is BREDERO nooit ver weg in deze blogs. Er is altijd wel een link met onze dichter.

Allereerst zal het gaan om Reinier Telle, vaak gepresenteerd als een ‘vriend van Bredero’, maar toch een man waarover onze feitelijke kennis eigenlijk uiterst beperkt is. Zo is er geen tekening of schilderij van hem bekend, zodat we geen idee hebben hoe hij er eigenlijk uitzag. Zijn werk, met name zijn pamfletten, presenteer ik in een overzichtelijke tijdlijn. Zo komt zijn betekenis als schrijver van hekeldichten als voorloper van Vondel sterk naar voren.

Verder vormt in de tweede blog de uiterst omstreden Suffridus Sixtinus de hoofdpersoon van een zeer mysterieuze ‘boekenroof’, een geschiedenis als een moderne thriller, waarbij de reconstructie van zijn levensloop bijna te ongeloofwaardig voor woorden is. Hij deelt met Telle het feit dat hij ook een tijd lang in ‘de directe omgeving van Bredero en de Eerste Nederduytsche Academie’ verkeerde.

De felle kritiek op de Contra-Remonstranten, zoals Telle die verwoordde in zijn hekeldichten en pamfletten, kreeg een verzadigingspunt in het werk van Samuel Coster. Met name in het pamflet ‘Kallefs-Val’ (door een ongenoemde schrijver) en het toneelstuk ‘Iphigenia’ werd dit deel van de calvinistische bevolkingsgroep bekritiseerd. Als arts en drijvende kracht achter de Academie vervulde hij een vooraanstaande rol in het geestelijke leven in Amsterdam, en verkeerde daarmee bij voortduring in Bredero’s omgeving. Dit derde blog schetst zijn betekenis in die gespannen jaren.

Joost van den Vondel als onze bekendste hekeldichter is het thema van een vierde blog. Het sluit aan bij het eerste blog van Telle, die volgens mij beschouwd mag worden als zijn voorloper en wegbereider als het om dit specifieke type hekelende gedichten gaat. Het rafelrandje slaat in dit geval niet zo zeer op zijn levensloop, maar meer op de soort poëzie. In deze vierde blog staan Vondel’s hekeldichten centraal.

Het vijfde blog richt zich op Jan Jansz. Starter, die in levensloop met verve past in het rijtje van dichters met een zeer boeiende achtergrond. De link met Bredero is ook aanwezig als voltooier van een van diens niet afgemaakte toneelstukken.

Lang na de dood van Bredero duikt de ‘kampioen van het scabreuze genre’ op als plaaggeest van de Amsterdamse dichterlijke, bestuurlijke scene. Of het nu stadsbestuurders, predikanten of andere notabelen waren, Mattheus Gansneb Tengnagel was de luis in de pels en verkeerde daarom ook in een mysterieuze, in de schaduw zich afspelend decor van geheimzinnigheden en niet exact te duiden auteurstoeschrijvingen. Daar is zeker werk aan de winkel in dit zesde blog om wat licht te brengen. Hij bracht Bredero’s geest tot leven en toonde zich een fan van zijn werk.

Veel van wat in deze serie bij elkaar is gebracht, komt uit al bekende literatuur over genoemde hoofdpersonen. Daar besteed ik zorgvuldige aandacht aan. Op twee terreinen wil ik een aanvulling bieden.

Allereerst vermeld ik de originele bronnen en maak het mogelijk deze eenvoudig aan te klikken om deze in de zeventiende-eeuwse teksten ook zelf te kunnen raadplegen of te lezen. Veel van deze bronnen waren tot nu toe moeilijk bereikbaar en daar brengt deze serie blogs verandering in.

Verder is mijn belangrijkste doel om het werk van de hoofdpersonen uit de blogs op veronderstelde auteurstoekenning feitelijk te checken. Blijven alle aannames op grond van diverse argumentatie overeind als we ze met een onafhankelijk en objectief instrument op auteursidentificatie confronteren. Zijn de aan Telle, Suffridus Sixtinus, Coster, Vondel, Starter en Tengnagel toegeschreven werken ook wel echt door hen gedicht? De blogs brengen daar hopelijk uitsluitsel in, naast een sprankje helderheid in die gecompliceerde en duistere beginperiode van de 17e eeuw.