MIJN POËZIE

In de levensschets is te lezen dat ik op zeer speciale momenten bij bijzondere gelegenheden mijn emoties aan het papier heb prijsgegeven met een gedicht. Het is dan ook logisch dat het aantal gedichten of verhalen dat ik heb geschreven uiterst gering en daarmee uniek is.

Toch wil ik een geïnteresseerde lezer deze zielenroerselen niet onthouden.

Het gaat om de volgende gedichten:

LIEFDE

Bedroefd was ik om elke stilte
Je heengaan, telkens alles leeg
Het gaf me weer die kilte
Hoelang zag ik toe en zweeg.

Daardoor beloof ik je te leven
Niet als mijn ik het zag weleer.
Je bent boven die gedachte verheven
Ik voel je warmte nu, telkens weer.

Liefde is in kracht te groeien
Met elkaar en in elkaar, zo zacht
Eén zijn in beider bemoeien
Dat is het, wat ons wacht.

TROUW

Trouw, zei ik, is leven
Als het gras in een speelse wei
Slechts door zijn eigen groei gedreven
Verschijnt het weer aan jou en mij.

Zachtheid, zei ik, is leven
Als het licht van een volle maan
Bedekt je huid, in schoonheid gegeven,
Voelt strelend en liefelijk aan.

Geluk, zei ik, is leven
Bedeesd met ons twee, geen beheer,
Slechts stille aandacht voor het geven
Want nemen past hierbij niet meer

 

 

Voor ik het vergeet…

 

 

Door tranen van geluk ben jij in maart geboren,

Een Ukkie toen, nog niet in taal van mij bevroren.

Waar ben je toch gebleven, vriend, voor mij hier uitverkoren?

Wanneer laat jij, o Sannie, nog ooit iets van je horen?

 

Ik zie je kopje onwennig boven het winters grasveld al,

Als kind in dromen verdwaald, geen oog meer voor een bal.

Waar ben je toch gebleven, tastend op zoek naar het overal?

Een vriendelijke vlinder in een veel te groot heelal.

 

Ik hertaal je lachende magie in mijn gekwelde hoofd.

Jij zocht het leven te leven, ik je schaduw voor die is uitgedoofd.

Zoals ik eens de dichter in mijn ik écht heb beloofd.

 

Je klokje in de sneeuw te kort in ’t veel te felle licht,

Bewijs voor mij, geluk in dit wonder hemelse bericht.

Dit leven biedt me kracht en troost door een gedroomd gedicht.

 

Gerard Vestering

Lisserbroek,17 februari 2014

ZONNEKIND

Sprankelende spontaneïteit in bij voortduring vitaal leven,
In onbegrensd enthousiasme gevat.
Je verbaasde ons steeds door vooral veel te geven,
Van binnen naar buiten in vriendelijkheid vervat.

Een feest in trots om vriend en vriendin te zijn,
Van een kind altijd reikend onderweg  naar de zon,
Oog voor elk van tevoren doordacht feit, o zo klein.
Nooit was er een grens in wat jouw geest ons verzon.

Nu staan wij voor die uiterste grens in het leven.
Jij snelde vooruit, ons achterlatend met verbaasde blik.
Jouw zijn hier bij ons heeft alles altijd in licht opgeheven.

Verbazing alom, geen droefenis past, dat besef ik maar al te goed.
Je bent waar je al was, Veronie, al die jaren onderweg.
De zon je bestemming, in een alles en allen opwekkende gloed.

ZESTIG of
Een ode op de toekomst in het verleden

Een leven vol vriendschap
Met jeugdig elan
Vol idealisme en humor
Vanuit een daadkrachtig plan.
Gelachen, gehuild en ontroerd
En bovenal verwant
Een blik of een glimlach
Perfecte belichaming van een unieke band.
Een jeugdig oudje van zestig,
Soms wat moeizaam ter been,
O Harold, O Harold,
Waar brengt dat ons heen?
Blijf gezond, blijf jezelf
Blijf de rust in ons leven
Wij konden het niet missen
Wat je ons wist te geven.

VERSTILDE TIJD

(Voor allen die ik op mijn schoolpad ontmoette, maar bovenal Marion die dit pad overal voor me effende)
 
Werken, zei ik, is leven
Voor een ander in ’t vuur van jezelf.
Naar het beste steeds te streven
Warmt een gloedvolle vlam vanzelf.
 
Mijn zoeken, zei ik, is leven
Naar een evenwicht in mij.
Van het verwachtingsvolle beven
Aan de stilste rust voorbij.
 
Verstillen, zei ik, is leven
In een taal zonder stem.
Met jezelf en de wereld verweven
Past dankbaarheid met klem.
 
Vervuld met de grootste dankbaarheid voor allen die wat aardigheid met me wilden delen.

Gerard Vestering,
schoolmeester in dromen en gedachten.